De omzetting van koolstofdioxide en water in het blad vormen, in combinatie met mineralen uit de bodem en onder invloed van het zonlicht, voedingsstoffen voor de plant. Dit proces heet fotosynthese. De omzetting vormt een biochemische verbinding, zoals cellulose, lignine, zetmeel of suikers. Alle materiaalstromen die van oorsprong zo ontstaan, noemen we biomassa. Biomassa is biologisch afbreekbaar. Dit kunnen gedeelten van producten, afvalstoffen en overblijfselen van de landbouw en industrie zijn.
Bronnen van biomassa kunnen zijn:
- Plantaardig, zoals landbouwgewassen, bermgras, houtteelt
- Dierlijke mest
- Slachtafval
- Bakvetten van plantaardige olie uit de voedingsmiddelen industrie
- Slip bij de zuiveringsinstallatie
Biomassa kan door verschillende processen worden omgezet in energie en/of een energiedrager, namelijk door:
- Verbranding
- Vergisting
- Vergassing
- Pyrolyse
Welk proces toegepast wordt, hangt ook sterk af van de eigenschappen van biomassa die verwerkt moeten worden en van de energievraag.
Bio-energie toepassingen beperken het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Een ander voordeel is dat biomassa, in tegenstelling tot kolen en aardgas, geen eindige bron is. Ook kan biomassa wereldwijd verbouwd worden. Hierdoor zijn risico’s te vermijden.
