Installatie-eisen

Cogas is verplicht uw installatie te toetsen aan de geldende eisen. De installateur moet daarom rekening houden met de volgende punten.

De aansluiting van de installatie dient per productie-eenheid via een aparte installatiegroep te worden gerealiseerd. Indien er een brutoproductiemeter wordt geplaatst, moet in de installatiegroep door de installateur een meterbord worden opgenomen. Dit meterbord dient te voldoen aan de norm NEN 3249 en dient geplaatst te worden:

  • naast de hoofdmeter, op gelijke hoogte als de hoofdmeter, of
  • maximaal 150 cm links of rechts van de hoofdmeter op 130-150 cm hoogte vanaf de vloer, of 
  • naast de verdeelinrichting in geval de 'hoofdmeter' niet in dezelfde ruimte als de verdeelinrichting (bv woonark). Onderkant van het meterbord op 130-150 cm hoogte vanaf de vloer, of 
  • 'naast' een onder-verdeelinrichting, onderkant van het meterbord op 130-150 cm hoogte vanaf de vloer


Het kan met bovenstaande voor komen dat een meter in een andere ruimte wordt geplaatst dan de hoofdmeter. De meter dient dan afgeschermd te worden zoals bij de hoofdmeter tevens het geval is. Voor de betreffende ruimte(n) gelden de volgende richtlijnen:

  • de ruimte waar de (brutoproductie)meter komt te hangen moet, schoon, droog en afsluitbaar zijn en geen buitengewoon corrosievormende atmosfeer bevatten. Deze condities staan genoemd in de Netcode Elektriciteit art 2.1.2.5 en 2.1.2.6.
  • de ruimte voor (de)montagewerkzaamheden van de productiemeter moet voldoen aan de regels inzake arbeidsomstandigheden, dat wil zeggen er is voldoende ruimte om de elektrotechnische werkzaamheden uit te voeren.


Bij een éénfase aansluiting volstaat een standaard klein meterbord (ca. 165 mm breed). Voor het plaatsen en een eventuele toekomstige verwisseling van de productiemeter dient de installatie te voldoen aan NEN 1010, rubriek 712 “Fotovoltaïsche voedingssystemen”. Deze norm geeft aan dat de omvormer zowel aan de AC als aan de DC zijde uitgeschakeld moet kunnen worden. Dit garandeert dat er te allen tijde veilig gewerkt kan worden aan de meter als de betreffende groep is uitgeschakeld.

De schakelaar dient hierbij of in de meterkast te zitten of vlak bij de omvormer. De bedrading van en naar de brutoproductiemeter dient massief te zijn met als minimale doorsnede 4 mm2 en dient door het meterbord worden geleid.
Voor het aansluiten van de brutoproductiemeter moet de bedrading tenminste 20 cm uit de meteruitvoer opening zijn uitgevoerd. De bedrading bedoeld voor het aansluiten van de productiemeter dient ononderbroken doorgelust te zijn.
Bij een vermogen van de installatie van meer dan 3,7 kWp gaat u over op een driefasen aansluiting en dient de gehele installatie worden beoordeeld volgens de geldende normen (NEN 1010).


Meterbord brutoproductiemeter (links) naast bestaande netmeter (rechts)


Meterbord in bijgebouw, driefasen schakelaar in groepenkast bijgebouw

 

Privacy statement Disclaimer Sitemap